Abdij van Egmond samenwerken met de natuur

De Abdij van Egmond heeft een kas van 1000m2, een groentetuin, een kruiden- en een vlindertuin en een boomgaard vol appel- en perenbomen. Een oase van rust, natuur en bewust tuinieren. Dat is niet altijd zo geweest: ooit was de tuin een lege woestenij en ooit werd er wel gebruikgemaakt van kunstmatige middelen. Maar dat gebeurt niet meer. Broeder Thijs van de Abdij is een van de broeders die zich sterk maakt voor bewust zorgen voor de aarde. Want daar is veel te winnen!

Leven onder de grond

Broeder Thijs verdiepte zich jarenlang in het leven en welzijn van de aarde. “Op een vierkante meter gezonde bodem leven net zoveel organismen als er mensen op aarde zijn. Dat vormt een gezonde basis vol natuurlijke voedingsstoffen voor de gewassen die wij mensen eten. Zo’n gezonde bodem is bovendien een buffer voor regenwater en vermindert wateroverlast. Je bent wat je eet, dat geldt voor de mens, maar net zo goed voor de aarde. Het leven in de aarde bestaat uit miljoenen organismen die zich voeden met afgestorven planten en afgevallen bladeren. Onder de grond is meer leven dan erboven!”

Wormen

De afgelopen decennia is de mens steeds meer kunstmatige voeding- en bestrijdingsmiddelen gaan gebruiken. “Bladafval en plantresten worden verwijderd, planten groeien dankzij kunstmatige toevoegingen. Daarmee is de natuurlijke kringloop onderbroken. De kunstmatige middelen lijken te helpen, maar verstoren het bodemleven – en vernietigen dit uiteindelijk. Met alle gevolgen van dien: weliswaar is er oogst, maar de akkergrond is niet langer vruchtbaar en kan geen bijdrage meer leveren aan waterbeheer.” Doorgaans is er nauwelijks nog leven te vinden in akkergronden. “Neem maar eens een handje grond van een akker. Daar zit geen beweging meer in. Maar wie maakt zich nog zorgen om de regenworm, de micro-organismen en de schimmels – terwijl die fundamenteel zijn voor gezonde aarde. We zouden er goed aan doen te vragen wat al dat bodemleven doet voor het welzijn van moeder aarde, in plaats van het te vernietigen.”

Oude rassen bewaren

De abdij werkt helemaal biologisch. Dat is weleens anders geweest: ooit werd er ook wel gebruikgemaakt van kunstmatige bestrijdingsmiddelen. “Maar dat spuiten voelde niet goed. Uiteindelijk hebben we een modus gevonden om het anders te doen. Daarbij worden we voor een belangrijk deel geholpen door vrijwilligers, zoals de pomologen, die de boomgaard onderhouden. In deze groep zitten ook professionele tuinders. Dankzij hen kunnen hier oude rassen van appels, peren en pruimen bewaard worden. Daarnaast is er een groep van ongeveer 20 mensen die de tuin onderhouden De oudsten zijn rond de 70, de jongste is 8!”

Omslag

De omslag naar biologisch werken was niet zomaar gemaakt. “Het kostte soms wel overredingskracht om af te zien van kunstmatige middelen, maar inmiddels ziet iedereen dat het ook anders kan. We werken nu vooral samen met de natuur, wat mooie resultaten oplevert, zowel qua bodem als qua oogst. En ja, de appels en peren hebben soms plekjes – dit jaar zitten ze er zelfs vol mee. Maar het is geweldig smaakvol!” Dat is de omslag die ook consumenten moeten maken: dat fruit en groenten met plekjes of ‘gekke’ vormen ook heerlijk zijn. “En daarnaast is het belangrijk dat de consument de agrariër tegemoetkomt door meer te willen betalen voor écht gezonde groenten en fruit. En een tip: eet de groenten van het seizoen! Niet voor niets groeien bijvoorbeeld aardbeien in de zomer en kolen in de winter. Daar zitten de voedingsstoffen in die je op dat moment nodig hebt. Wat wil je nog meer!”

Boerenwijsheid

Het verschil met ‘vroeger’ is groot. “Onze (over)grootouders hadden geen microscopen om te kijken wat ze moesten doen. Ze wisten dat, uit ervaring en overlevering. Veel boerenwijsheden zijn verdwenen, dat is zo zonde. Grote bedrijven claimen dat ze nodig zijn om de wereld van voedsel te kunnen voorzien. Daar geloof ik niet in: maar liefst 80% van alle voedsel wordt geproduceerd door kleinere boerenbedrijven. Het hoeft niet grootschalig, het draait om samenwerken met de natuur. Zaden hebben het vermogen zich aan te passen aan de bodem waar het ingezaaid wordt. Dat vraagt geduld en tijd, zeker, maar het bodemvoedselweb zit gedegen in elkaar. De aarde doet zelf van alles om vruchtbaar te worden en te blijven. Alles hangt met alles samen: elke schakel is belangrijk. Daar moet je zuinig op zijn!”

www.abdijvenegmond.nl