Doeke Oosterbaan de hertog van de aardappel

TERKAPLE Doeke Oosterbaan (52) komt uit Terkaple en houdt zich over de hele wereld bezig met voedsel. Als werktuigbouwkundige adviseert hij ondernemers in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten over de ‘post harvest’; het proces na het rooien van de aardappels en knolgewassen.

Het huis van Doeke is omgeven door de weidse wereld. De twee meter lange man (52) staat in de deuropening met een grote glimlach. ‘Kom binnen!’, zegt hij. In de schuur staan twee paar schaatsen te drogen. Het ijs van Thialf is de vorige dag getest. Schaatsen is een hobby van hem. Een ouderwetse houten deur leidt naar de woonkamer. Doeke en zijn vrouw Tineke zijn hier vijftien jaar geleden komen wonen. ,,Het was toen bijna een onbewoonbaar verklaard huis’’, zegt hij. ,,We hebben flink moeten verbouwen. We woonden een tijdje in een stacaravan achter het huis.’’ De oude boerderij is inmiddels in ere hersteld. Het is een hele klus geweest. Dat Doeke van een uitdaging houdt, blijkt ook uit zijn werk.

Aan de grote houten keukentafel vertelt de werktuigbouwkundige over de overzeese projecten. De Fries heeft drie werkgebieden. Zo maakt hij haalbaarheidsstudies voor agrarische ondernemingen in minder ontwikkelde landen, denkt hij mee over de zogenaamde ‘post harvest’ en brengt hij krachtvoermachines aan de man in Latijns-Amerika. De ‘post harvest’ komt volgens Doeke neer op van farm to fork. Het is het deel dat gebeurt met de gewassen na het rooien zoals het transport, het koelen, opslag en sorteren van het voedsel. ,,Boeren hebben te kampen met verliezen van 25 tot 30 procent’’, zegt hij. ,,Dan zie ik perfecte uien op het land liggen, maar in de winkel lijkt het veevoer met beschadigingen en verkleuringen. Door hier goed naar te kijken, kun je soms tien procent winst pakken. Dat zijn heel veel kilo’s voedsel.’’

Vijftien jaar geleden startte hij met zijn onderneming Ostra International. Het bedrijf waar hij destijds als werknemer voor werkte, ging failliet. Een project in Cuba bleef liggen. ,,We hadden wel de machines geleverd, maar het opstarten ging niet meer. Ik wilde het wel afmaken en besloot om hier mee verder te gaan.’’ Cuba werd het eerste project in een lange rij van ‘moeilijke landen’. ,,Ik houd daar wel van’’, zegt hij met een lach. ,,Ik zie daar wel uitdaging in. Het onontgonnen gebied.’’

Het pionieren zit hem wel in het bloed. Doeke is opgegroeid op de boerderij in Sint Annaparochie. Naast kennis van de agrarische wereld, heeft Doeke ook de reislust van zijn ouders meegekregen. Zijn moeder heeft een tijd in Engeland gezeten en werkte later op een boerderij in Amerika. Ook zijn vader heeft in de USA boerenwerkervaring opgedaan. Zijn Friese naam blijkt over de hele wereld in zijn voordeel te werken. ,,In Cuba wisten ze heel snel mijn naam. En snapte niet hoe dat kwam. ‘Ja, Doek!’ zeiden ze dan. De uitspraak bleek hetzelfde te zijn als het Spaanse woord duque, hertog.’’ In Sudan is zijn naam synoniem voor het rooster boven het kookvuur. Doeke lacht erom. ,,Het maakt mij helemaal niets uit. Ze onthouden mijn naam en dat is het belangrijkste.’’

De taalbarrière houdt Doeke niet tegen. Inmiddels spreekt hij een aardig woordje Spaans ook al gaat het soms moeizaam. ,,Je krijgt vaak maar de helft mee. Mijn Spaanse is dan ook zeker niet foutloos, maar ik spreek het wel. Het maakt mij niks uit dat ik een fout maak. Zij waarderen het dat ik het probeer. Ik maak daarnaast ook regelmatig gebruik van een tolk. En dan krijg ik weleens het gevoel dat een tolk niet zegt wat ik bedoel. Of dat hij niet begrijpt wat ik zeg en het niet durft te vragen. Je ziet dan aan de reacties dat het niet helemaal is overgekomen. Dus dan probeer je het nog een keer in andere bewoording. Ja, je wordt er wel creatief van.’’

Doeke was in 2016 in Myanmar, het oude Birma. Echt een land voor hem vindt hij zelf. ,,Het is nieuw en gesloten. Ik was gevraagd door de Universiteit Wageningen of ik daar een haalbaarheidsstudie wilde doen voor de chipsproductie. Ik heb daar anderhalve week rondgezworven om de werkwijze te bekijken. Toen hadden we drie seminars waar de mogelijkheden werden besproken. Zij lopen ver achter in kennis en kunde. Zij kunnen prima uit de voeten met iets lowertech.’’

Iran, Myanmar, Kazachstan, Mongolië, China en Mexico kan Doeke afstrepen van zijn bucketlist. Ook de meeste landen in Latijns-Amerika heeft hij al bezocht. Een project in Pakistan is volgens Doeke beetje een buitenbeentje. Hij kreeg een contract van zeven maanden voor zeven dagen per week werken samen met andere ZZP’ers. ,,Het was een bikkelproject en het was fantastisch, achteraf. Ik had de mogelijkheid om in het land te reizen. Overal moest data vandaan komen. Dat was niet ongevaarlijk. Er waren aanslagen en bombardementen. Ik had een gewapende bewaker 24 uur per dag bij het huis. Wij hebben daar uiteindelijk onder andere een project ontwikkeld voor de export van mango’s. En ik heb een veiling ontworpen om een stad van tien miljoen mensen van voedsel te kunnen voorzien. Dat was wel een uitdaging.’’ In dezelfde periode was er een heftige overstroming in het gebied. Doeke wilde hier persé naartoe. De twee meter lange man was de eerste buitenlander in het gebied. Mensen verwachtten hulp van hem. ,,Het probleem was voedsel. Ik zit natuurlijk in de voedselketen. Wij hebben toen op hele kleine schaal mini-veilingen bedacht. Hulpgoederen en voedsel uit het land kwamen hier samen. We hebben een systeem bedacht zodat het eten en de bevolking samen kwamen. En dat is ook uitgevoerd. Hoeveel mensen hiermee zijn geholpen, dat weet ik niet. Ik zie wel heel vaak impact van mijn werk, maar dit was wel heel heftig.’’

Inmiddels is Ostra International een gerenommeerde naam geworden. Regelmatig wordt hij ingehuurd door de Nederlandse overheid, zoals laatste voor een seminar in Iran. Met het portret van Ayatollah Khomeini op de achtergrond, sprak hij ruim tweehonderd boeren en mensen uit de verwerkende industrie toe. Van politiek houdt hij zich altijd afzijdig. Religie vindt hij wel erg interessant. Hij probeert altijd met een open blik aan zijn projecten te beginnen. Zijn studies gaan dan ook verder dan alleen het onderzoek naar de voedselproductie. ,,Je kunt wel menen dat je overal in de wereld aan de gang kunt, maar daarvoor moet je je wel verdiepen in de gewoontes van het land. Anders moet je er niet aan beginnen.’’